Ze komt aangescheurt in een oude peugout met linnen dak, de kap staat open. Ze springt eruit en drukt de achterbak open. Mijn rugzak kan daar liggen naast 2 andere. 'From 2 Dutch ladies', zegt ze. Ik neem plaats naast haar. Het is een 2-persoonsauto, 50 jaar oud, de andere auto is naar de garage, zegt Nadette. Ze is van gite Nadette, en erg spraakzaam.
Toen ik wat uitgeblust in Sauvelage aankwam en ontdekte dat mijn gite nog een dik half uur lopen verderop lag, gaf ik waarschijnlijk de indruk dat het wel genoeg was geweest voor vandaag. De plaatselijke barhouder belde Nadette en voila ze haalt me op!
Flamboyant, dat woord schiet me te binnen als ik haar zo meemaak, temperamentvol en vlammend.
Haar gite ligt aan de voeten van de Pyreneeën. Een sprookjesvilla met trappen die zwenken als je op een knop drukt

Ze voeren naar boven. Er ontbreken treden, ik stap verkeerd en stort op een trede lager. Bij soortgelijke verrassingen gil ik altijd. Nu ook. Ik gil vaak in gite Nadette.
In de top van het huis heb ik een bed met de 2 Dutch ladies. Toen Nadette ontdekte dat ik ook een Dutch lady ben drukte ze ons samen in de nok van de villa.
Bij aankomst staat er Citroën deux chevaux op haar oprit. Er staat een man naast met een bak lange witte bonen, die ik een uurtje later op het terras zit te punten. Ondersteund door een potje bier.
Het huis heeft puntige daken bedekt met oranje leien. Overal zijn terrassen en balkons. Verdwalen is goed te doen. De douche is in een zijruimte en afgescheiden van de langsloopde bezoeker door een houten scherm waar je overheen kan kijken. Doe je een handwasje dan verwacht Nadette dat je met het spoelwater de planten begiet. Recycling, noemt ze dat. De planten staan er wat petieterig bij, er wordt blijkbaar weinig gewassen of men vergeet de begieting.
Overal liggen kleden. De pijp van een kachel loopt door ons dakkamertje. Joke denkt dat de brandveiligheid maar zozo is. Ik vertel haar het verhaal van het hostel in Chiang Mai. Een houten gebouw met vele verdiepingen. Toen op een avond de stroom uitviel in het dorp werden overal kaarsen aangestoken. Ze lagen al klaar, het gebeurde vaker. In het hostel plakten de eigenaren met kaarsvet de kaarsen op het hout van de trap, in de hallen, op de kamers, op de overloop. Ik sliep ook daar in de nok en dacht toen ook aan brandveiligheid.
De nacht is koud, er is slechts een dun gebloemd dek, onvoldoende voor warm slapen. Ik ga op zoek naar iets warms. Er liggen overal kleedjes, ik trek een dek van een bank. Over de balustrade hangen ook kleden. Ik pak alles wat riekt naar kleed. In de morgen blijkt dat ik de handdoeken van andere pelgrims heb. Ze zoeken naar hun serviettes en Joke vraagt of ik servetten heb gezien

De pelgrims kijken een beetje zuur als blijkt dat ik hun serviettes gebruikt heb om warm te blijven. Joke en Vera hadden ook het koud, ze konden er niet van slapen. Ik vertel dat ik wel eens onder een vloerkleed heb geslapen vanwege de kou. Ik red me vaak wel.
Als ik even later mijn toilettasje op de plancet boven de wastafel zet, valt de plancet deels van de wand. Ik gil, de plancet hangt losjes aan een paar schroeven. Er rollen kruimels cement uit de muur. Ik probeer de plancet terug te duwen, maar hij knikt gelijk weer. Ik haal Nadette erbij en ze zegt dat ze hier alles zelf doet en als hier een man geweest was zou de plancet niet geknikt zijn. Maar ze drukt hem vakkundig terug.
Even later gooi ik een fles water over de ontbijttafel. Het huis lijkt wel behekst.
Als iedereen weg is zit ik nog na te genieten met Nadette van een kop zwarte koffie. Ze wil mijn adres, als ze ooit in Nederland is dan komt ze langs. Wauw!
Dinsdag 25 september
Van Pimbo naar Sauvelage