Het was heerlijk strandweer! Gelukkig woon ik op fietsafstand van het strand en dus hoef ik niet achteraan te sluiten in de lange file van rijdende magnetrons. Na mijn fiets geparkeerd te hebben blijf ik even staan. Ik haal diep adem om te genieten van de frisse zeelucht. Als een mix van patat, oud bier, zweet en frikadellen mijn longen vult, word ik misselijk.
Het strand zit overvol en na ruim tien minuten langs de vloedlijn gesjokt te hebben, vind ik een mooi plaatsje. Tevreden haal ik mijn handdoek uit de tas om mezelf te installeren. Maar telkens als ik hem neer wil leggen waait óf een hoek dubbel óf een laag zand op. Maar, het is een mooie dag en mij krijgen ze niet gek. Uiteindelijk ga ik op mijn zandloze handdoek liggen. En nu genieten. Maar na drie seconden rennen er een paar kinderen voorbij, waardoor niet alleen mijn handdoek maar ook mijn mond vol zand zit.
Dan maar even zitten en om mee heen kijken. Ook dit blijkt geen briljant idee. Recht tegenover mij zit een vrouw die zo groot is dat het maken van de bekende “Help, we moeten Greenpeace bellen, er is een walvis aangespoeld!”-grap een belediging zou zijn voor het eerder genoemde zoogdier. En om volstrekt onduidelijke reden is ze topless. Waarschijnlijk gebruikt ze haar bikini als windscherm.
Snel kijk ik de andere kant op. Daar staat een bejaard echtpaar op het punt te vertrekken. De man draagt een zakdoek op zijn hoofd en een echt ouderwets wit hemd. Als zijn vrouw hem een bijpassende onderbroek aanreikt, trekt hij zonder aarzelen zijn zwembroek naar beneneden. Voordat ik weg kan kijken struikelt de man bijna en bukt hij voorover om zijn evenwicht te bewaren. Dit uitzicht doet voor de tweede keer vandaag mijn ontbijt omhoog komen.
Tijd om te gaan zwemmen! Ik heb geen idee hoe ze bij Baywatch zo stoer over het strand lopen, maar mij lukt dat niet. Om te voorkomen dat ik in het gloeiend hete zand mijn voeten verbrand, probeer ik voorzichtig te rennen. Struikelend over emmertjes, koelboxen, snoeren van zonneschermen en halfnaakte mensen bereik ik uiteindelijk bijna de zee. Maar dan voel ik een snijdende pijn in allebei mijn voeten. Schelpen! Met de motoriek van een pasgeboren giraffe haal ik het water.
Eerst kom ik in een door eb en vloed gevormde ondiepe plas lekker warm water. Na tussen de spelende kinderen een paar keer kopje onder te zijn geweest vervolg ik mijn weg richting de echte zee, die ik vol zelfvertrouwen in ren. Al bij mijn eerste stap krijg ik de schrik van mijn leven. Het water is ijskoud! Verschrikt kijk ik achterom en zie een klein jongetje met een tevreden gezicht staan plassen in het water waarin ik zojuist een duik genomen heb. Vandaar dat het zo lekker warm was. Maar de echte zee blijkt niet veel schoner. Toch schuifel ik voorzichtig steeds dieper het water in. Als een plotselinge golf de onderkant van mijn mannelijke trots (of wat daar van over is) kietelt, is het mooi geweest. Ik ga terug!
Heerlijk, dat strand!
Het strand zit overvol en na ruim tien minuten langs de vloedlijn gesjokt te hebben, vind ik een mooi plaatsje. Tevreden haal ik mijn handdoek uit de tas om mezelf te installeren. Maar telkens als ik hem neer wil leggen waait óf een hoek dubbel óf een laag zand op. Maar, het is een mooie dag en mij krijgen ze niet gek. Uiteindelijk ga ik op mijn zandloze handdoek liggen. En nu genieten. Maar na drie seconden rennen er een paar kinderen voorbij, waardoor niet alleen mijn handdoek maar ook mijn mond vol zand zit.
Dan maar even zitten en om mee heen kijken. Ook dit blijkt geen briljant idee. Recht tegenover mij zit een vrouw die zo groot is dat het maken van de bekende “Help, we moeten Greenpeace bellen, er is een walvis aangespoeld!”-grap een belediging zou zijn voor het eerder genoemde zoogdier. En om volstrekt onduidelijke reden is ze topless. Waarschijnlijk gebruikt ze haar bikini als windscherm.
Snel kijk ik de andere kant op. Daar staat een bejaard echtpaar op het punt te vertrekken. De man draagt een zakdoek op zijn hoofd en een echt ouderwets wit hemd. Als zijn vrouw hem een bijpassende onderbroek aanreikt, trekt hij zonder aarzelen zijn zwembroek naar beneneden. Voordat ik weg kan kijken struikelt de man bijna en bukt hij voorover om zijn evenwicht te bewaren. Dit uitzicht doet voor de tweede keer vandaag mijn ontbijt omhoog komen.
Tijd om te gaan zwemmen! Ik heb geen idee hoe ze bij Baywatch zo stoer over het strand lopen, maar mij lukt dat niet. Om te voorkomen dat ik in het gloeiend hete zand mijn voeten verbrand, probeer ik voorzichtig te rennen. Struikelend over emmertjes, koelboxen, snoeren van zonneschermen en halfnaakte mensen bereik ik uiteindelijk bijna de zee. Maar dan voel ik een snijdende pijn in allebei mijn voeten. Schelpen! Met de motoriek van een pasgeboren giraffe haal ik het water.
Eerst kom ik in een door eb en vloed gevormde ondiepe plas lekker warm water. Na tussen de spelende kinderen een paar keer kopje onder te zijn geweest vervolg ik mijn weg richting de echte zee, die ik vol zelfvertrouwen in ren. Al bij mijn eerste stap krijg ik de schrik van mijn leven. Het water is ijskoud! Verschrikt kijk ik achterom en zie een klein jongetje met een tevreden gezicht staan plassen in het water waarin ik zojuist een duik genomen heb. Vandaar dat het zo lekker warm was. Maar de echte zee blijkt niet veel schoner. Toch schuifel ik voorzichtig steeds dieper het water in. Als een plotselinge golf de onderkant van mijn mannelijke trots (of wat daar van over is) kietelt, is het mooi geweest. Ik ga terug!
Heerlijk, dat strand!
Log in om te reageren.