Blog
Communicatie
Door datingsite- en communitylid
mark1983
04-01-2012 20:10 | bekeken:
899 | funked:
0 | reacties:
0
Hoi deze studie gaat over communicatie tussen god en mensen
Ik hoop dat jullie er wat aan hebben de teksten die er tussen
Staan komen uit het boek misschien is het handig
Om de nbg of een andere vertaling erbij te nemen
zodat je kunt lezen welke andere termen worden gebruikt
Succes hiermee
COMMUNICATIE
Wat is communicatie?
Dat is het contact hebben met elkaar.
Ik wil in deze studie met jullie gaan kijken
hoe God met ons communiceert en hoe wij met
God hebben gecommuniceerd door de jaren heen.
Laten we beginnen aan het begin toen de aarde net
geschapen was door God!
In Genesis 3:9-11 staat het volgende:
9 De HERE God riep: “Adam, waar ben je?”
10 Adam antwoordde benepen: “Ik hoorde U en toen werd ik bang, want ik wilde niet dat U mij naakt zou zien. Daarom verstopte ik me.”
11 “Wie heeft je verteld dat je naakt bent?” vroeg de HERE God. “Of heb je soms gegeten van de boom waarvoor Ik jullie had gewaarschuwd?”
Hier sprak God rechtstreeks tot ons en we konden hem ook zien.
Maar na de zondeval is eigenlijk het rechtstreekse contact met
God verloren gegaan.
Maar God bleef de mens zoeken zoals bij Abraham.
Dat kun je lezen in Genesis 18
Genesis 18
1 De HERE verscheen opnieuw aan Abraham, die op dat moment bij het eikenbos van Mamre woonde. Op een warme zomermiddag zat Abraham in de opening van zijn tent
2 en zag plotseling drie mannen aankomen. Hij kwam snel overeind en begroette hen.
3 “Heren”, zei hij, “onderbreek uw reis hier even. Kijk eens, u kunt daar in de schaduw van die boom even uitrusten.
4 Ik zal dan water halen om uw voeten op te frissen en u wat eten geven, zodat u er weer tegen kunt.
5 Kom, ga even zitten.” “Fijn”, zeiden de reizigers dankbaar, “we maken graag gebruik van uw gastvrijheid.”
6 Abraham haastte zich terug naar de tent en zei tegen Sara: “Snel, bak een paar koeken voor onze gasten en gebruik je beste meel.”
7 Daarna liep hij vlug naar buiten, naar de kudde en zocht een vet kalf uit. Hij gaf een knecht opdracht het dier te slachten en klaar te maken.
8 Korte tijd later zaten de drie mannen aan een maaltijd van kaas, melk en geroosterd kalfsvlees. Abraham stond naast hen onder de boom terwijl zij aten.
9 “Waar is uw vrouw Sara?” vroegen de mannen hem. “In de tent”, antwoordde Abraham.
10 Toen zei de HERE: “Over een jaar zal Ik u weer bezoeken en dan zal Sara een zoon hebben.” (Sara zat bij de tentingang achter de mannen mee te luisteren.)
11 Abraham en Sara waren allebei erg oud en Sara was te oud om nog kinderen te kunnen krijgen.
12 Daarom lachte ze stilletjes om de woorden van de Here. “Een vrouw van mijn leeftijd die nog een kind krijgt? En dat met een man die zo oud is als Abraham?” dacht zij schamper.
13 Maar de HERE zei tegen Abraham: “Waarom zit Sara te lachen en gelooft zij niet dat een vrouw van haar leeftijd nog een kind kan krijgen?
14 Voor de HERE is niets onmogelijk. Over een jaar zal Ik terugkomen en dan zal Sara een zoon hebben.”
15 Maar Sara ontkende het. “Ik heb helemaal niet gelachen”, loog zij, want ze was bang. Maar de HERE zei: “Nee, u hebt wxe9l gelachen.”
16 Daarna stonden de mannen op en liepen verder in de richting van Sodom. Abraham liep met hen mee om hen uitgeleide te doen.
17 “Moet Ik mijn plannen eigenlijk wel voor Abraham verbergen?” vroeg de HERE Zich af.
18 “Want uit Abraham zal een groot volk voortkomen en hij zal een bron van zegeningen voor alle volken zijn.
19 Ik heb hem uitgekozen. Zijn kinderen en verdere nakomelingen zullen mijn naam in ere houden, zodat Ik hun alles kan geven wat Ik heb beloofd.”
20 Daarom zei de HERE tegen Abraham: “Ik heb gehoord dat de inwoners van Sodom en Gomorra erg slecht zijn
21 en zwaar zondigen. Ik ga er nu heen om te zien of dat inderdaad zo is of niet. Ik zal het te weten komen.”
22 Terwijl die mannen doorliepen naar Sodom, bleef Abraham nog voor de HERE staan.
23 Abraham kwam nog dichter bij en vroeg: “Gaat U de goeden tegelijk met de slechten doden?
24 Stel nu dat er 50 rechtvaardige mensen onder de inwoners zijn. Moet U dan de rest niet sparen terwille van die 50?
25 Dat kunt U toch niet doen? U kunt ze toch niet over xe9xe9n kam scheren? De Rechter van de wereld is toch een rechtvaardige rechter?”
26 De HERE antwoordde: “Als Ik 50 rechtvaardige mensen kan vinden, zal Ik terwille van hen de hele stad sparen.”
27 Abraham nam opnieuw het woord. “Ik heb nu mijn mond opengedaan, dus ik zal ook doorpraten, ook al ben ik maar een stoffelijk mens, die tegen de HERE spreekt.
28 Stel dat het er maar 45 zijn? Zult U de stad vernietigen, omdat het er maar 45 zijn? Zult U de stad vernietigen, omdat het er vijf minder zijn?” “Ik zal de stad niet vernietigen als het er 45 zijn”, zei de HERE.
29 Abraham vervolgde: “En als het er maar 40 zijn?” God antwoordde: “Ik zal de stad niet vernietigen als Ik er 40 vind.”
30 “Word alstublieft niet boos”, pleitte Abraham, “als ik zeg: wat als het er maar 30 zijn?” En God antwoordde: “Ik zal niets vernietigen als het er 30 zijn.”
31 Toen zei Abraham: “Nu ik heb gewaagd tegen de HERE te spreken, kan ik ook verder spreken. Stel dat er maar twintig rechtvaardigen zijn?” En God zei: “Terwille van die twintig zal Ik de stad laten voortbestaan.”
32 “Dit is echt de laatste keer dat ik U iets vraag, HERE”, kwam Abraham nog een keer, “maar wat doet U als het er tien zijn?” En weer zei de HERE: “Ik zal de stad niet verwoesten als Ik tien rechtvaardigen vind.”
33 Na dit gesprek ging de HERE bij Abraham weg. En Abraham ging terug naar zijn tent.
Dus God spreekt hier gewoon face to face met mensen, maar er zijn nog meer middelen om te communiceren, bijvoorbeeld via profeten, daar lees je later dan in de Bijbel over.
In Numeri 17:1-6 staat het volgende:
1-3 Daarop zei de HERE tegen Mozes: “Zeg tegen het volk Israxebl dat ieder stamhoofd een houten staf met zijn naam erin gegraveerd bij u moet brengen. Axe4rons naam moet op de staf van de stam Levi worden geschreven.
4 Plaats deze staven in het Heilige der Heiligen in de tabernakel, waar Ik u altijd ontmoet voor de ark.
5 Ik zal deze gebruiken om de man aan te wijzen die Ik heb gekozen; zijn staf zal tot bloei komen. Zo zal Ik de klachten van de Israxeblieten tot zwijgen brengen!”
6 Mozes gaf deze woorden aan de Israxeblieten door en ieder van de twaalf leiders (ook Axe4ron) bracht hem een staf.
Hier spreekt duidelijk God door profeten richting mensen.
Maar ik maak nu een flinke sprong in de tijd.
Ik ga naar de tijd van Jezus.
Daar leert Hij ons te communiceren met God d.m.v. gebed:
5Nu iets over het bidden. Wees niet zoals de huichelaars; die bidden zo dat iedereen het kan horen en zien, op de hoek van de straat en in de synagoge.
6 Zij hebben hun beloning al. Als u bidt, moet u dat ergens doen waar u helemaal alleen bent. Doe de deur achter u dicht en bid in het geheim tot uw Vader. En uw Vader, Die al uw geheimen kent, zal u belonen.
7 Als u bidt, doe dat dan niet langdradig en met zinloze woorden, zoals de andere volken doen. Want die denken dat hun gebeden worden verhoord als zij veel woorden gebruiken.
8 Vergeet niet dat uw Vader precies weet wat u nodig hebt, al voor u Hem erom vraagt!
9 Bid daarom dit gebed: Onze Vader in de hemel, wij eren Uw heilige naam.
10 Laat Uw Koninkrijk spoedig komen. Laat Uw wil op de aarde worden gedaan, net zoals in de hemel.
11 Geef ons vandaag het eten dat wij nodig hebben.
12 Vergeef ons onze zonden, zoals wij anderen hun zonden vergeven.
13 Laat ons niet in verleiding komen, maar verlos ons van de kwade machten. Want het Koninkrijk is van U en alle kracht en glorie tot in de eeuwigheid. Amen.
En ik wil besluiten dat wat eigenlijk door de zondeval is gebeurt, de lijn naar God rechtstreeks is verbroken, dat nu herstelt is. Door de dood en opstanding van Jezus
is eigenlijk de telefoonlijn weer herstelt naar God en je mag tot hem bidden, want zo open je die telefoonlijn tot Hem en onthoud dit:
God verhoort gebeden, maar soms moet je geduld hebben.
Amen