Mijn huis; nog geen vijf vierkante meter oppervlakte en niet hoog genoeg om rechtop te kunnen staan. Mijn huis; door tentdoek gescheiden van zon, wind, regen en spelende kinderen.
Mijn thuis; een veldje met nog meer van die huizen, de meesten groter dan die van mij. Mijn thuis; samen met gemeenteleden op de New Wine conferentie.
Huis, thuis…, één letter en toch een wereld van verschil.
Huis: een plek waar je woont.
Thuis: daar waar je, je prettig voelt.
Thuis… waar is mijn thuis?
Mijn ouderlijk huis was mijn thuis. Ik kende niet anders. Nu weet ik: het was een thuis waar ik kreeg wat ik nodig had, ook een huis waar er wonden in mijn ziel geslagen werden.
“Huis van de Vader” was het thema van deze conferentie. God wil mij ontmoeten, wil jou ontmoeten. God biedt een thuis.
En toch… zo lang wij op deze aarde zijn, leven we op een plek van gebrokenheid. Een plek waar we ervaren dat het nog niet is, zoals het bedoeld is. Ook een plek waar ik elke dag, elk moment bij Hem mag komen. Ik mag hem vragen om mijn wonden te genezen. Wonden die Hij zal genezen. In zijn nabijheid ben ik thuis en zing ik:
Nooit meer, nooit meer alleen,
loop ik door de stormen heen.
Nooit meer, nooit meer alleen,
op de berg of in de dalen.
Nooit meer, nooit meer alleen;
Heer, U laat mij nooit meer alleen.
(Opw. 698 )