De vogels praten in onbekende talen. Er bestaat geen tolk voor deze schepsels. Toch wil ik ze kunnen verstaan, maar het kan niet. Je kunt het al lastig krijgen als je je focust op jezelf. Wat wou je dan? De spiegels soms breken en de scherven zien regenen? De wereld achter je pupillen verkennen? Wat heb je er te zoeken? Is dat niet geweest?
Soms probeer ik mezelf te verstaan. De storm van gedachten maakt het er niet makkelijker op. Al die innerlijke dialogen die heen en weer kaatsen en soms kruislings gaan. Alle kanten op zodat je de samenhang kwijtraakt. De rode draad. Teveel ruis. Een op hol geslagen flipperkast. Wie zit er met zijn poten aan die knoppen? Ik wil het balletje besturen. Het gevoel van een menigte die tegen me aanschreeuwt. Dit moet je doen en dat kan je beter laten.
Laat me. Het komt wel. Ik ken deze trip. Nog even niet, maar morgen is altijd een dag later. Is het niet? Ben ik mijn doel kwijtgeraakt?
Geestelijk op drift in een zelf gecreëerde Bermuda Driehoek en jij dan? Ga je ook verdwijnen net als die anderen die zichzelf zijn kwijtgeraakt? Die denken zichzelf te kennen, maar bedrogen uitkomen omdat ze enkel op hun eigen kompas varen? Zelfs de radar verliest ze uit het oog. ‘Ik red me wel', zeggen ze. Tuurlijk! Wat jij wil. Ze lijken op te lossen. Te vervagen omdat ze de kern zijn kwijtgeraakt. Ik zei het toch? We moeten weg hier. Twee zien meer dan één. Ik weet echt niet hoe we daar geraken. De landkaart ben ik onderweg kwijtgeraakt, dus we moeten improviseren. De TomTom werkt hier niet. Sorry….
Toch moeten we het proberen. We moeten de lijnen uitzetten. Zie je dat het lukt? Zie het als een reis. Het schip dat we moeten optuigen. De zeilen bollen al. De golven zijn hoger dan ik had verwacht. Het schuim vliegt me om de oren en ik denk: "Kom maar op!"
Langzaamaan wordt het donkerder. De wind is gaan liggen en het water klotst tegen het vooronder. De nacht is voorbijgegaan en de opkomende zon beschrijft haar baan over het water. De golven reflecteren ochtendgoud en ik hoor de meeuwen krijsen. Snerpend. We moeten niet langer talmen, maar verder gaan. Hijs de zeilen. Ja, koersen. De confrontatie aangaan. De angsten tegemoet. Wat is het dan precies? Kun je het geluk om je heen soms moeilijk verdragen omdat het jou ergens aan ontbeert? Misschien bang om over te blijven? Ben je bang dat de haaien zullen komen? Ze bestaan enkel in je hoofd. Dingen kunnen je overkomen. Dat is helder. Daar doe ik niks aan af – no way - maar voor de rest geldt: Alles wat je overkomt, dat doe jezelf. Als je niks doet blijven ze bestaan. Dan zullen hun vinnen alleen maar groter worden. Hun tanden als knipmessen lijken. Je bent toch een harde? Althans, dat is wat ze mij verteld hadden. Ze zeiden dat je nooit opgaf.
Je kun je de haaien verslaan. Duik desnoods in het donkere water en ga ze tegemoet. Weet je dan niet wie er achter je staat? Je kon niet geloven dat geluk nog ooit terug zou komen of dat het überhaupt zou komen. Wie ben jij om te bepalen dat je geluk voorbij is?
Stop elke routeplanner maar in de kliko. Ik ben er klaar mee. Hier zijn geen kaarten voor getekend. Is Hij niet de Weg, de Waarheid en het Leven? Komaan; je hebt recht op Zijn schatkamers van Geluk. je hoeft alleen maar je handen uit te strekken. Het roer zal vanzelf gaan als je Hem maar durft te vertrouwen want alleen ga je het niet redden. Soms kan de Waarheid simpel zijn.